Europees Referentiekader Talen (ERK)Wat is het ERK?ERK is de Nederlandse afkorting voor Europees ReferentieKader - in het Engels Common European Framework of Reference (kortweg CEFR of CEF).Niveaus·A1 beginners ·A2 beginners+ (elementary) ·B1 halfgevorderden (pre-intermediate) ·B2 gevorderden (intermediate) ·C1 vergevorderden (advanced) ·C2 (bijna) moedertaal AlgemeenHet Europees Referentiekader talen is ontwikkeld onder auspiciën van de Raad van Europa met als doel de beschrijving van taalvaardigheidniveaus voor de verschillende Europese talen te standaardiseren. Steeds meer taalinstituten gebruiken dit referentiekader om het niveau van de cursussen aan te geven. De niveaus van het referentiekader zijn ook steeds vaker op certificaten en diploma's aan te treffen.De niveaus worden beschreven aan de hand van zogenaamde can do statements. Voor ieder niveau wordt per vaardigheid (spreken, luisteren etc.) aangegeven waartoe men in staat is. Het referentiekader is zeer uitgebreid. Naast niveauschalen voor de vier algemene vaardigheden (spreken, luisteren, schrijven en lezen) zijn er diverse schalen voor zeer specifieke vaardigheden, bijvoorbeeld uitspraak of het houden van presentaties.In veel gevallen bevindt een taalgebruiker zich niet wat betreft alle vaardigheden op het zelfde niveau. Veel Nederlanders kunnen bijvoorbeeld teksten in het Duits of gesproken taal redelijk goed begrijpen (niveau B1 of B2) maar hebben veel moeite met spreken en schrijven (niveau A1 of A2).NiveausA1 beginnersJe kunt vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen gericht op de bevrediging van concrete behoeften begrijpen en gebruiken. Je kunt jezelf aan anderen voorstellen en vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar je woont, mensen die je kent en dingen die je bezit. Je kunt op een simpele wijze reageren, aangenomen dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is om te helpen.A2 beginners+Je kunt zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Je kunt communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.B1 halfgevorderdenJe kunt de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Je kunt je redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Je kunt een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Je kunt een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.B2 gevorderdenJe kunt de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Je kunt zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is, zonder dat dit voor een van de partijen inspanningen met zich meebrengt. Je kunt duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; bijvoorbeeld een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.C1 vergevorderdenJe kunt een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten begrijpen en de impliciete betekenis herkennen. Je kunt jezelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Je kunt flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Je kunt een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruik maken van organisatorische structuren en verbindingswoorden.C2 (bijna) moedertaalJe kunt vrijwel alles wat je hoort of leest gemakkelijk begrijpen. Je kunt informatie die afkomstig is van verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenteren, reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen. Je kunt jezelf spontaan, vloeiend en precies uitdrukken en hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties onderscheiden. Dit is het taalniveau van een hoog opgeleide near-native speaker. (In het Europees Referentiekader wordt dit niveau niet verder uitgewerkt.)DialangMet Europese steun is er een toetsprogramma ontwikkeld waarmee men zijn eigen taalvaardigheidniveaus in een groot aantal Europese talen kan vaststellen. Dit programma is voor iedereen beschikbaar en kan worden gedownload via de site van Dialang.Links•De site van Dialang, waar men het programma kan downloaden •Europees Referentiekader Talen