Werving en selectie Waar zoek je en hoe nodig je uit?

Onderdeel 1 - Waar zoek je en hoe nodig je uit?

Richttijd: 25 minuten, lezen en de opdracht doen.

Je weet nu wat je zoekt. Dan komt de vraag waar bijna elk bestuur op de automatische piloot gaat: waar zoek je iemand. Het antwoord is meestal “we vragen even rond”. Dat is snel en het werkt vaak, maar het heeft één eigenschap die je moet kennen voordat je ervoor kiest.

Wat het eigen netwerk wel en niet doet

Het eigen netwerk levert mensen op die al vertrouwd zijn met de vereniging en met elkaar. Dat scheelt inwerktijd en de kans op een misser is klein. Tegelijk levert een netwerk vooral mensen op die lijken op wie er al zit: dezelfde leeftijd, dezelfde achtergrond, dezelfde blik op wat normaal is. Precies de kennis die je mist, zit meestal niet aan je eigen keukentafel.

Dat is geen moreel bezwaar maar een praktisch. Zoek je iemand die verstand heeft van aanbestedingen, van jeugdbeleid of van een ledenadministratiesysteem en heeft niemand in het bestuur dat, dan kent niemand in het bestuur ook iemand die dat heeft.

Vier plekken buiten de keukentafel

  • een oproep in de eigen ledencommunicatie: nieuwsbrief, ledenblad, prikbord. Kost weinig en bereikt mensen die zich nooit uit zichzelf melden;
  • een gesprek met commissieleden en vrijwilligers: de mensen die al iets doen zonder in het bestuur te zitten. Vraag hen niet alleen of zij willen, maar ook wie zij zouden vragen;
  • de lokale vrijwilligerscentrale: bijna elke gemeente heeft er een en het kost niets;
  • de koepel of bond: soms is er een vacaturebank of een pool van mensen die bestuurservaring willen opdoen.

De oproeptekst: eerlijk over de tijd

De grootste fout in vrijwilligersoproepen is dat de tijd wordt weggemoffeld. “Een paar uurtjes per maand” terwijl het er twaalf zijn. Dat levert kandidaten op die na een half jaar afhaken en dat kost meer dan een lege stoel.

Zet in de tekst: de taken, het aantal uren per maand, wanneer de drukke periodes vallen, de termijn waarvoor je benoemd wordt, wat je niet hoeft te kunnen en bij wie iemand terechtkan voor een vrijblijvend gesprek. Die laatste is belangrijker dan alle andere: veel mensen willen eerst praten zonder dat het meteen ergens toe leidt.

Probeer dit

Zoek een oproep voor een bestuursfunctie bij een andere vereniging, bijvoorbeeld op de site van een sportclub of een vrijwilligerscentrale. Streep aan wat er níet in staat: uren, termijn, drukke periodes, wat je niet hoeft te kunnen. Bij de meeste oproepen ontbreken alle vier. Dat is precies waarom mensen niet reageren.

Schrijf een oproep voor een bestuursfunctie bij een vereniging.

Hieronder staat het profiel dat ik eerder heb gemaakt.

De tekst is maximaal 250 woorden en bevat:
- wat de vereniging doet, in twee zinnen;
- de taken die bij deze rol horen;
- het aantal uren per maand en wanneer de drukke periodes vallen;
- de termijn waarvoor iemand wordt benoemd;
- een alinea “wat je niet hoeft te kunnen”;
- de uitnodiging voor een vrijblijvend gesprek en bij wie.

Schrijf nuchter en zonder wervende superlatieven. Maak het tijdsbeslag niet kleiner dan het is. Verzin geen gegevens; gebruik [BLOKHAKEN] voor wat ik zelf moet invullen.

[PROFIEL]

Bewijs van leren

  • Ik kan uitleggen waarom het eigen netwerk zelden de ontbrekende kennis oplevert.
  • Wij hebben minstens één plek buiten het eigen netwerk gekozen om te zoeken.
  • Onze oproeptekst noemt het aantal uren per maand en de drukke periodes.
  • Er staat in bij wie iemand terechtkan voor een vrijblijvend gesprek.

Beoordeel dit fragment

Het bestuur zoekt een enthousiaste penningmeester. Het kost een paar uurtjes per maand en je leert er veel van!

Hieronder staat een zin uit een echte vrijwilligersoproep. Wat is er mis?

Onderdeel afronden

Bewaar je oproeptekst

Vink de vier controlepunten af en maak de zelftoets.